In het begin van de jaren zestig was Milt Brown een jonge man in Californië, afkomstig uit een welgesteld maar niet bepaald rijk gezin, die ervan droomde een auto naar eigen ontwerp te bouwen. Van zulke dingen dromen – ook al bleef het bij de meesten bij schaalmodellen of prototypes – was in die tijd geen onrealistische fantasie. Er waren minder voorschriften op het gebied van veiligheid en smog, en in het zonnige, welvarende Californië leek alles mogelijk: het was immers zowel de bakermat van de zelfgebouwde sportwagen als een mekka voor geïmporteerde exotische auto's.
Het was een opwindende combinatie die het enthousiasme van een jongeman, die op zijn zeventiende al in een MG TD naar school reed en zijn eigen raceauto uit de Klasse H ontwierp, onmogelijk kon temperen.
Tien jaar later verscheen zijn Apollo, een echte Amerikaanse grand touring-auto naar Europees voorbeeld, die Italiaanse vormgeving combineerde met praktische Amerikaanse techniek en vindingrijkheid. Van de 88 exemplaren die tussen 1962 en 1965 werden gebouwd, is deze auto, met chassisnummer 2001/204B, misschien wel het grootste juweeltje: de eerste van slechts negen Apollo Spiders (waarvan er nog maar vijf bekend zijn).