Er zijn dingen die zo zeldzaam zijn dat niemand helemaal zeker weet of ze wel bestaan, waarbij de dunne grens tussen uitsterven en fantasie door het verstrijken van de tijd vervaagt. Stel je voor dat je een Sasquatch door de bomen ziet lopen voordat hij je een zijdelingse blik toewerpt, dan krijg je een idee hoe het voelt om de legendarische AMG-getunede 123-stationwagen te zien.
Het kon niet meer verschillen van de champagnekleurige bak waarmee ik als kind rondreed, een werkpaard dat was gekocht om tuinafval naar de vuilstort te brengen. Deze auto heeft niets van die eenvoudige charme, maar straalt juist een dreigende sfeer uit terwijl hij achter in een somber magazijn staat, zijn zwarte lak versmeltend met de duisternis van zijn omgeving.
Het verhaal van hoe deze 'eenhoorn' tot stand kwam, gaat terug tot de jaren 60 en de motorwerkplaatsen van Daimler-Benz. Ingenieurs Hans Werner Aufrecht en Erhard Melcher waren druk bezig in de ontwikkelingsafdeling met het finetunen van de racemotor die bestemd was voor de 300SE, totdat een koerswijziging Mercedes ertoe bracht zich terug te trekken uit de motorsport.