Echte innovaties voorzien niet alleen in een huidige behoefte, maar anticiperen ook op toekomstige behoeften. De Renault Espace voorzag een tijd waarin auto's meer zouden doen dan alleen mensen naar kantoor en winkels brengen. Philippe Guédon zag een gat in de markt voor een auto die voor de meeste mensen bijna alles kon, een auto die bij uitstek geschikt was voor groeiende gezinnen – en zelfs voor de grotere, 'samengestelde' gezinnen die met het stijgende aantal tweede huwelijken eerder regel dan uitzondering werden.
Het opvallende ontwerp was het werk van Chrysler UK-ontwerper Fergus Pollock, die het idee in 1976 bedacht als een skunkworks-project, voordat het in het voorjaar van het volgende jaar groen licht kreeg. Na de verkoop van Chrysler aan PSA in 1978 had ontwerper Antonis Volanis van Matra – dat nauw had samengewerkt met Simca, een dochteronderneming van Chrysler – slechts drie jaar nodig om tot het P18-prototype te komen. Dit werd vervolgens aangeboden aan (en afgewezen door) de meeste grote Franse fabrikanten, voordat Renault het uiteindelijk kocht.
Het revolutionaire 'one box'-ontwerp bestond uit een gegalvaniseerd skelet bekleed met kunststof panelen, waardoor zowel het gewicht als de reparatiekosten laag bleven. Onder de korte motorkap van het in 1984 gelanceerde model bevond zich de in de lengterichting gemonteerde 2,0-liter Douvrin-viercilindermotor met brandstofinjectie van Renault, geleend van de 21 en 25, terwijl de cabine plaats bood aan zeven passagiers – zonder de schuifdeuren die synoniem waren met omgebouwde bestelwagens.