Het is niet zo moeilijk om een roadtrip door Noord-Portugal aan te prijzen. Het is niet alsof je naar een bar gaat en je vrienden vertelt dat je een autorit door Bulgarije gaat maken – wat weliswaar prachtig en onderbelicht is, maar als vakantiebestemming wel wat uitleg behoeft.
Het punt dat mijn gidsen – Valeska en Matthias Haux, de oprichters van Vintage Tours – na 20 jaar in de regio wonen, willen maken, is dat deze regio het verdient om naast de North Coast 500 in Schotland, de Alpenpassen in Zwitserland en de heuvels van Toscane in Italië te worden gerekend tot een van de belangrijkste autoroutes van Europa.
Dat is een gewaagde bewering, die getoetst moet worden. Een klassieke Porsche 911 zou in je opkomen als een geschikt voertuig voor deze taak, of misschien een bruisende Alfa Romeo Spider.
Maar zelfs mijn Duitse gastheren, zelf eigenaars van een Fiat Dino Spider, zeggen nee: wat je echt nodig hebt om dit deel van het land te verkennen, is een MGA.
Als je je een roadster uit de late jaren vijftig voorstelt, staat die waarschijnlijk geparkeerd voor een schilderachtige Engelse pub, met op de achtergrond het zachte geluid van leer op wilgenhout. Het is ongeveer net zo Portugees als Bovril.
Van alle landen buiten de Engelstalige wereld is Portugal misschien wel de tweede thuisbasis van MG. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig was maar liefst 15% van de Portugese automarkt in handen van Britse merken, dankzij een eeuwenoude handelsrelatie (voornamelijk gebaseerd op wijn) en gezamenlijke banden binnen de Europese Vrijhandelsassociatie.