Een van de eerste tentoongestelde stukken die u tegenkomt wanneer u het hoofdatrium van het Unimog Museum binnenkomt, is helemaal geen Unimog, maar een kleine grijze tractor, en wel een Ferguson. Ernaast – en wat steviger afgezet met touwen – staat het zesde Unimog-prototype dat ooit is gebouwd. Ze worden samen tentoongesteld, zodat ze met elkaar kunnen worden vergeleken.
Tot 1946 was een tractor zoals de Ferguson het enige wat een boer kon hebben. Er was slechts één oncomfortabele stoel boven de achteras, waardoor de arme bestuurder blootgesteld was aan de elementen. Alleen de achteras was aangedreven en er was geen opbergruimte aan boord. Als er producten of vee vervoerd moesten worden, moest dat in een aanhangwagen, wat het evenwicht van de toch al licht beladen en onstabiele voorzijde kon verstoren. Bovendien waren tractoren traag.
Kijk eens naar de originele Unimog: twee personen konden naast elkaar zitten, beschermd door een voorruit en een canvas kap; ze zaten achter en boven een motor van 25 pk die niet alleen de achterwielen aandreef, maar ook de voorwielen. Achter de cabine bevond zich een laadruimte. De Unimog kon slepen en er waren aftakassen op het chassis voor werktuigen.