De term ‘special edition’ roept vaak het beeld op van een niet bepaald bijzondere auto die volgepropt is met alle mogelijke extra’s. Het is een oude truc uit de verkoop- en marketingwereld, bedoeld om de aandacht af te leiden van het feit dat het betreffende voertuig zijn beste tijd al lang achter zich heeft en waarschijnlijk op het punt staat te worden vervangen door een nieuwer model.
Al het bovenstaande had tot op zekere hoogte ook gezegd kunnen worden van de Range Rover CSK uit 1991, een volledig uitgeruste versie van een auto die toen al twintig jaar oud was. Toch zou deze herintroductie van de driedeurs Range Rover – waarvan er slechts 200 werden geproduceerd – altijd veel meer zijn dan een marketingstunt, aangezien hij de initialen droeg van Charles Spencer ‘Spen’ King, de briljante ingenieur die eind jaren zestig de genre-bepalende Range Rover had bedacht en (grotendeels) vormgegeven.
Zijn concept van een recreatieve stationwagen met V8-motor en permanente vierwielaandrijving had sinds 1970 een lange weg afgelegd: in de daaropvolgende twintig jaar vonden 250.000 exemplaren gretige kopers. Gedurende de eerste tien jaar daarvan had moederbedrijf British Leyland de enorme vraag naar de auto niet opgemerkt; het was aan het meer onafhankelijke Land Rover om in de jaren tachtig te profiteren van de aanhoudende populariteit van het voertuig met de langverwachte vierdeursversie, die steeds meer verfijning en luxe bood.