In 1967 werden drie heel verschillende auto's, die allemaal de naam Dino droegen – een Ferrari en twee Fiats – op de markt gebracht met dezelfde, van de Formule 2 afgeleide V6-motor van 1987 cm³.
Het is waar dat Abarth al jarenlang snelle Fiats met verschillende viercilindermotoren produceerde en nog steeds – net nog – een zelfstandige onderneming was, maar dit was anders.
Als je een Fiat-liefhebber was, moet het een ware zegen zijn geweest dat er een beetje van de magische poeder van de Scuderia uit de lucht werd gestrooid.
Hoe het er vanuit het perspectief van Ferrari precies aan toe ging, tja, daar kunnen we alleen maar naar gissen. Achteraf gezien kunnen we natuurlijk wel een gefundeerde inschatting maken.
De Dino uit Maranello leek een bijna clandestiene onderneming te zijn, die niet eens over het vereiste aantal cilinders beschikte om de naam Ferrari te mogen dragen.