Er is een lange geschiedenis van promotieaanbiedingen door benzinebedrijven, vooral in de tijd voordat tankstations convenience stores werden. Op een bepaald moment in de vrij recente geschiedenis leek de verkoop van brandstof ondergeschikt te worden aan de verkoop van kant-en-klaarmaaltijden, toiletartikelen en bijna alles wat je maar kunt bedenken aan het rijdende publiek. Dat bedrijfsmodel kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw op gang, toen de automobilisten steeds minder betrokken raakten bij de interne werking van hun steeds saaiere – maar ook steeds betrouwbaardere – gezinsauto's en hatchbacks.
Vandaag de dag is die overgang van de auto naar een puur 'alledaags gebruiksvoorwerp' voltooid; vergelijk deze situatie echter eens met eind jaren zestig en begin jaren zeventig, toen automobilisten minstens één keer per week de motorkap van hun auto openden (misschien zelfs voordat het olielampje ging branden) en zelfs mijn niet-rijdende, volledig betaalde voetganger-opa het verschil kon horen tussen het uitlaatgeluid van de Ford Anglia van de ene buurman en de Volkswagen Kever van de andere.