De enorme impact die de Ford Mustang halverwege de jaren zestig had op het Amerikaanse autokoperspubliek is al uitgebreid beschreven: de introductie ervan leidde tot een ware stormloop die uitmondde in een heuse ponycar-oorlog tussen de vier grote spelers in de auto-industrie. Maar een ander model dat twee jaar later, in 1966, door dezelfde autofabrikant op de markt werd gebracht, zou een veel blijvender effect hebben op de Amerikaanse consumenten.
En net als de Mustang had hij een band met paarden. Hoewel de Ford Bronco aanvankelijk werd gezien als een laatkomer op de markt voor kleine terreinwagens, bleek hij uiteindelijk voorop te lopen in een nieuw genre: de SUV.
Vóór de Bronco werden deze voertuigen uitsluitend gebruikt door stoere militairen of ruige Marlboro-mannen, met veiligheidshelmen en Stetsons als handelsmerk. In de wereld van de terreinwagens was de Jeep de onbetwiste koning. Hoewel hij hoekig was, te weinig vermogen had en op normale wegen een rijdervaring bood die je botten deed trillen, werden er tussen 1955 en 1983 600.000 CJ’s verkocht. De Land Rover deed het qua stijl iets beter, maar snelheid stond nog steeds niet op de lijst met opties. Beter dan beide presteerde Toyota's iconische FJ40 Land Cruiser, de eerste serieuze poging van het Japanse bedrijf om de exportmarkt te veroveren.