De Talbot Tagora, die bij zijn introductie al met een achterstand begon, behoort nu tot de zeldzaamste auto’s op de Europese wegen – als er tenminste nog exemplaren rijden. Hij werd halverwege de jaren ’70 ontworpen als opvolger van de Chrysler 180/2-serie en bevond zich op dat moment al zo ver in de ontwikkelingsfase dat het project niet meer kon worden stopgezet toen Peugeot in 1979 Chrysler Europe overnam.
Het gevolg was dat, net zoals de doelgroep de Tagora niet wilde kopen, de makers hem eigenlijk ook niet wilden bouwen – vooral omdat hij ongewenste interne concurrentie vormde voor de Peugeot 604 en Citroën CX. Hoewel hij misschien ongewenst was, was de Tagora eigenlijk geen slechte auto. Het enige ernstige minpunt was de slechte ventilatie, maar het ontbrak hem simpelweg aan de extra's om kopers weg te lokken bij de gevestigde concurrentie.
Al als kind fascineerde de pure absurditeit van deze auto me, vooral omdat ik me niet kon voorstellen dat iemand ooit een grote luxe sedan met een Talbot-embleem zou willen kopen. Dat embleem – en de bewogen, ingewikkelde geschiedenis erachter – verklaart eigenlijk grotendeels waarom de Tagora zo weinig aantrekkingskracht had. De naam Talbot was ooit een bron van trots geweest: het merk, opgericht in 1903, was een vroege trendsetter in de toen nog nieuwe wereld van de auto. In 1913 legde Percy Lambert er in Brooklands 103 mijl (166 km) mee af in één uur, waarmee hij een nieuw record vestigde, en het bleef tot ver in de jaren 1930 een gewild merk.