Standaard of aangepast? Op menig bijeenkomst van oldtimersclubs woedt de discussie tussen de puristen, die koste wat kost vasthouden aan originaliteit, en degenen die vinden dat het fabrieksmodel voor verbetering vatbaar is. En er zijn maar weinig automerken die tot meer verhitte discussies leiden dan Jaguar. Toen de XK120 van het bedrijf in 1948 op de markt kwam, betekende dit een keerpunt voor het bedrijf.
William Lyons’ onweerstaanbare combinatie van prestaties van 190 km/u en een stijlvol uiterlijk voor een onverslaanbare prijs maakte grote indruk op een terughoudend naoorlogs publiek toen de XK120 in 1948 op de autosalon van Londen in Earls Court werd gepresenteerd. De sensatie was zo groot dat de eerste serie van ongeveer 250 auto's met een aluminium carrosserie al snel plaats maakte voor massaproductie in staal, wat op zijn beurt leidde tot de ruimere XK140 en de zwaardere – maar meer volmaakte – XK150-modellen.
Er rolden zo’n 30.000 XK’s van de band bij Jaguar in Browns Lane in Coventry voordat de E-Type in 1961 het stokje overnam.
Nu de klassieke gemeenschap echter groeit, is de realiteit dat er steeds meer vraag is naar extra prestaties en comfort – vooral onder mensen die tot nu toe alleen in moderne auto’s hebben gereden. De afgelopen decennia is het aantal specialisten dat een breed scala aan upgrades aanbiedt om XK-eigenaren te helpen meer uit hun auto te halen, enorm toegenomen.